In een omgevingsplan worden de kaders opgenomen om te bepalen welke projecten in aanmerking komen voor kostenverhaal. De financiële bijdragen moeten wel redelijk zijn. Het totaal bedrag kan per bouwactiviteit verschillen. Een vrije sector-woning zal bijvoorbeeld over het algemeen meer bijdragen dan een sociale woning. Dat komt doordat in de gemeente Bronckhorst gekozen is voor een verrekening naar oppervlak. Dat kan betrekking hebben op het perceeloppervlak (bouwkavel) of oppervlakte BVO4Als hierna perceeloppervlak wordt genoemd, geldt dit ook voor BVO tenzij expliciet anders vermeld.. Toerekening van de kosten op basis van perceeloppervlak betekent dat een groter perceeloppervlak (meer m²) ook een hogere bijdrage in kostenverhaal (in €) oplevert. Bij een kleiner perceeloppervlak is dat bij te dragen bedrag per woning minder. In de praktijk wordt met deze benadering ook dus met de financiële draagkracht van een koper rekening gehouden aangezien bijvoorbeeld sociale woningen vaak op een (veel) kleinere kavel staan en dus per woning minder bijdraagt dan een vrije sector woning op een grote kavel.
Overigens zouden er landelijke regels gesteld kunnen worden over de maximale hoogte van de financiële bijdrage van een nieuwe ontwikkeling. Het Rijk heeft echter geen maximale hoogte van de bijdrage bepaald. Dat betekent dat er voor de gemeente wat dat betreft geen belemmering is ten aanzien van het vaststellen van de hoogte van de bijdrage.
Om het een en ander in perspectief te plaatsen is het relevant om het tarief van de gemeente Bronckhorst te vergelijken met gehanteerd tarieven in het land. Die tarieven (in gemeenten met een Nota Bovenwijks) liggen over het algemeen tussen €10 en €50 per m². Het tarief van de gemeente Bronckhorst zit aan de onderkant van deze range. Nieuwbouwprojecten worden daarmee in vergelijking met andere gemeenten niet onredelijk hoog belast.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Hoe wordt rekening gehouden met draagkracht?
Onderdeel van Nota kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen 2023