**1..** Als een inwoner in aanmerking voor een maatwerkvoorziening komt en deze zelf wil inkopen met een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 Wmo of artikel 8.1.1 Jeugdwet opgenomen voorwaarden. De inwoner dient daarvoor een pgb-plan in zoals bedoeld in artikel 11 van de Verordening jeugdhulp en artikel 10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning volgens een door het college ter beschikking gesteld format, waarbij de inwoner in elk geval aangeeft:
wat hij met het pgb wenst in te kopen en welk resultaat hij wenst te behalen;
de motivatie waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen;
hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren en de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening;
of hij hulp krijgt bij het beheer van het pgb en zo ja, van wie;
op welke wijze de kwaliteit van de maatwerkvoorziening is gewaarborgd, waarbij in het geval van informele hulp:
de hulpverlener de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden kan inschatten en kan aangeven wanneer professionele of specialistische hulp nodig is;
de hulpverlener aangeeft dat de zorg aan de budgethouder voor hem niet tot overbelasting leidt; en
de hulpverlener actief samen werkt met andere hulpverleners wanneer sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de inwoner.
hoe de inwoner de uitvoerder van de maatwerkvoorziening gaat aansturen en controleren;
hoe de inwoner een goede administratie gaat bijhouden;
wat de te verwachten kosten zijn, onderbouwd in een begroting.
**2..** Gaat het om een maatwerkvoorziening die geboden wordt door een (formele of informele) hulpverlener, dan stelt de hulpverlener samen met de inwoner en eventueel zijn pgb-beheerder een zorgplan op en dient dit in bij het college. Het college gebruikt het zorgplan om te beoordelen of de ondersteuning van voldoende kwaliteit en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. In het zorgplan staat in ieder geval:
wie de uitvoerder van de maatwerkvoorziening en de directe hulpverlener(s) zijn;
wat de deskundigheid is van de directe hulpverlener(s);
wie de directe hulpverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid;
welke doelen behaald moeten worden;
welke concrete acties ingezet worden om de doelen te behalen;
waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden.
**3..** Een inwoner en eventueel zijn pgb-beheerder, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-plan en indien van toepassing een zorgplan aan te leveren. Als, ook na een redelijke hersteltermijn, geen passend budget- en zorgplan wordt aangeleverd, wordt het pgb afgewezen.
**4..** Als er sprake is van formele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Verordening jeugdhulp moet de uitvoerder van de maatwerkvoorziening:
altijd voldoen aan de norm van de verantwoorde werktoedeling;
ingeschreven staan in het handelsregister;
een VOG niet ouder dan twee jaar van alle werknemers en eventueel vrijwilligers kunnen overleggen;
beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; tenzij het gaat om een zelfstandige zonder personeel;
een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen;
een afschrift van de meest recente jaarrekening, of in het geval een Zelfstandige zonder personeel een balans en een winst- en verliesrekening, kunnen tonen;
verzekerd zijn tegen beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheid.
**5..** Als er sprake is van formele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 4 en lid 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning moet de uitvoerder van de maatwerkvoorziening:
adequaat opgeleid personeel inzetten;
ingeschreven staan in het handelsregister;
een VOG niet ouder dan twee jaar van alle werknemers en eventueel vrijwilligers kunnen overleggen;
beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; tenzij het gaat om een zelfstandige zonder personeel;
een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen;
een afschrift van de meest recente jaarrekening, of in het geval een Zelfstandige zonder personeel een balans en een winst- en verliesrekening, kunnen tonen;
verzekerd zijn tegen beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheid.
**6..** Als er sprake is van informele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 en lid 3 van de Verordening jeugdhulp en artikel 12 lid 6 en lid 7 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning kan de hulpverlener een verklaring omtrent gedrag (VOG) niet ouder dan twee jaar overleggen. Alleen voor hulpverleners die bloed- en aanverwanten van de inwoner in de eerste en tweede graad zijn, geldt dit niet.
**7..** Als blijkt dat de uitvoerder van de maatwerkvoorziening niet voldoet aan de kwaliteitseisen kan het college, afhankelijk van de omstandigheden, een redelijke hersteltermijn geven of de uitvoerder van de maatwerkvoorziening niet (meer) accepteren.
**8..** Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over integriteit van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening. Dit doet zich in elk geval voor als die uitvoerder:
fraude heeft gepleegd;
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de maatwerkvoorziening in gevaar brengt;
bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen;
bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom;
en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden;
zich niet professioneel gedraagt. Dit is bijvoorbeeld zo als de pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie.
**9..** Een pgb is alleen mogelijk als:
voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 Wmo of artikel 8.1.1 Jeugdwet opgenomen voorwaarden en;
er op geen enkele manier druk is uitgeoefend om de voorziening van de beoogde uitvoerder van de maatwerkvoorziening te betrekken en;
het niet gaat om een spoedeisend geval zoals bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo of artikel 2.6 lid 1 sub b Jeugdwet en;
het college niet eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat:
de inwoner en/of zijn pgb-beheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de inwoner en/of zijn pgb-beheerder niet heeft voldaan aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden;
de inwoner en/of zijn pgb-beheerder het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het bestemd is.
**10..** Een pgb voor hulp uit het sociale netwerk is mogelijk als:
de inwoner een gelijkwaardig of beter resultaat kan halen met inzet van de hulp uit het sociale netwerk en;
dit leidt tot volwaardige dienstverlening die past bij de hulpvraag van de inwoner en;
de hulp uit het sociale netwerk heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de inwoner niet tot overbelasting leidt en;
het niet gaat om GGZ-behandeling (alleen van toepassing op de Jeugdwet).
**11..** Een inwoner die het pgb niet zelf kan beheren, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Als de inwoner geen geschikte pgb-beheerder aandraagt, wordt het pgb afgewezen.
**12..** Het college acht een inwoner of een pgb-beheerder niet geschikt om het pgb te beheren, als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
de inwoner of diens pgb-beheerder niet beschikt over alle van onderstaande vaardigheden:
kunnen overzien van de situatie en een duidelijk beeld van de zorgvraag hebben;
op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weten waar die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden;
in staat om een overzichtelijke pgbadministratie bij te houden;
kan voldoende communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners;
in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen;
in staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden;
kunnen beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is;
de inzet van zorgverleners kunnen coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren;
voldoende (juridische) kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden.
problematische schuldenproblematiek;
ernstige verslavingsproblematiek;
aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
een aanmerkelijke verstandelijke beperking;
een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis;
het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift;
twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid.
**13..** Onverlet het bepaalde in het vorige lid wordt een pgb-beheerder alleen geacht de inwoner te kunnen helpen bij het beheer van het pgb als;
hij niet ook de uitvoerder is van de maatwerkvoorziening die met het pgb wordt ingekocht of geen relatie heeft met de uitvoerder van de maatwerkvoorziening en er ook geen belangenverstrengeling is tussen de pgb-beheerder en de uitvoerder van de maatwerkvoorziening. Tenzij het college dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, wel passend vindt;
er voldoende nabijheid is in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd;
hij de belangen van de cliënt voldoende kan behartigen;
hij de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren.
**14..** Uitbetaling van het pgb voor een zaak als bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning, vindt plaats na ontvangst van de factuur en controle van de besteding van het budget.
Artikel 2
Regels voor pgb
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023