De leden en voorzitter van het groenberaad hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot de inhoud van de stukken waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden. Deze geheimhoudingsplicht strekt zich ook uit tot andere personen die het groenberaad over vertrouwelijke onderwerpen consulteert. De leden en de voorzitter van het groenberaad wijzen deze andere personen op hun geheimhoudingsplicht als bedoeld in dit artikel. De geheimhoudingsplicht vervalt niet door de beëindiging van het lidmaatschap of voorzitterschap van het groenberaad, noch door beëindiging van het adviseurschap door derden.