Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.2

Artikel 8.2.1

De Omgevingswet

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2023-2026

De invoering van Omgevingswet is één van de grootste geplande wettelijke veranderingen in Nederland. Alle wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving worden geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet treedt vermoedelijk op 1 juli 2023 in werking met als doel het omgevingsrecht en de dienstverlening voor de fysieke leefomgeving beter te laten aansluiten op de wensen vanuit de samenleving: sneller, eenvoudiger en beter. Binnen de gedachte van de wet wordt meer in vertrouwen gewerkt en ruimte geboden. De Omgevingswet biedt een basis voor meer participatie en maatwerk; ruimte om meer gebiedsgericht te werken wat tevens aansluit op de ingezette organisatieontwikkeling ‘van goed naar beter’. Onderdeel van de Omgevingswet zijn de volgende relevante nieuwe producten: Omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie waarin door de gemeente de strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving zijn beschreven. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle onderdelen van de fysieke leefomgeving en vervangt de bestaande (sectorale) plannen/visies, zoals de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het waterplan en het verkeers- en vervoerplan. De omgevingsvisie bevat een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. De gemeenteraad is bevoegd om de omgevingsvisie vast te stellen en te actualiseren. In Bronckhorst is er al een Omgevingsvisie vastgesteld. Omgevingsplan. Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan en de beheersverordening uit de Wet ruimtelijke ordening. Nu hebben gemeenten meerdere bestemmingsplannen voor hun grondgebied. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. In bestemmingsplannen staan alleen ruimtelijke regels, terwijl het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving, waaronder ook milieu en erfgoed, bevat. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten. Investeringsprogramma omgevingsvisie. In een investeringsprogramma kan het beleid uit de omgevingsvisie nader worden uitgewerkt. De gemeente kan het grondbeleid en het beleid ten aanzien van het kostenverhaal op hoofdlijnen vastleggen in een omgevingsvisie en dat verder uitwerken in een programma. Het blijft mogelijk het kostenverhaal als onderdeel van de omgevingsvisie of een programma (koppeling tussen voedingen en onttrekkingen) vast te stellen. Omgevingsvergunning. De juridische grondslag voor vergunningverlening verandert met de komst van de Omgevingswet. Vergunningverlening wordt vanaf de inwerkingtreding van de wet meer gecombineerd met algemene regels van rijk, provincie, waterschap en gemeente. Nieuw ten opzichte van de huidige regelgeving is dat bij Bouwvergunningen onder de Omgevingswet twee vergunningen nodig kunnen zijn op grond van de zogenoemde knip. Een vergunning voor een bouwwerk is dan opgesplitst in een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Deze wijzigingen als gevolg van de (mogelijke) introductie van de Omgevingswet zullen voor een belangrijk deel wijzigingen in het proces betekenen. Het grondbeleid zelf zal er slechts beperkt door wijzigingen. Het instrumentarium blijft beschikbaar maar het zal op een aantal vlakken op een iets andere wijze gaan functioneren. Bijvoorbeeld een besluit tot onteigening zal in de toekomst door de gemeenteraad kunnen worden genomen. Daartegen is dan wel beroep mogelijk. Een aandachtspunt is wel dat het de bedoeling van de Omgevingswet is om belanghebbenden beter te betrekken in het hele ontwikkelproces. Dat betekent dat hogere eisen gesteld worden aan participatie. Hier heeft de gemeente al op geanticipeerd door het eigen beleid aan te passen.

Rechtspraak bij dit artikel