Naar hoofdinhoud
1.. Van het feitenonderzoek wordt een rapportage opgesteld dat door de onderzoekers aan de burgemeester wordt aangeboden. 2.. De rapportage bevat in elk geval: een weergave van de melding, de onderzoeksopdracht, een beschrijving van de uitgevoerde onderzoekshandelingen, het toepasselijke normatieve kader, de bevindingen, en – indien onderdeel van de opdracht – een toetsing van de bevindingen aan het normatieve kader en een conclusie waarin de vraag of sprake is van een integriteitschending wordt beantwoord. 3.. De burgemeester toetst of de conclusie van de rapportage redelijkerwijs kan worden gedragen door de bevindingen van het onderzoek en of de rapportage voldoende begrijpelijk is. 4.. De burgemeester zendt de onderzoeksrapportage ter consultatie aan het presidium. De rapportage wordt gelijktijdig door de burgemeester aan de betrokken ambtsdrager aangeboden. 5.. De burgemeester voegt aan de onderzoeksrapportage een brief toe waarin het proces dat heeft plaatsgevonden na ontvangst van de melding wordt toegelicht. 6.. De burgemeester biedt, na consultatie van het presidium, de onderzoeksrapportage aan de raad aan. 7.. De gemeenteraad bespreekt de onderzoeksrapportage in de eerstvolgende raadsvergadering. 8.. Wanneer de betrokken politiek ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage.

Rechtspraak bij dit artikel