Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Onderzoek naar draagkracht

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

Het onderzoek van het college naar draagkracht van de jeugdige en/of de ouder(s) is onderdeel van het algemene onderzoek naar de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s), als bedoeld in artikel 11 van de Verordening jeugdhulp. Het onderzoek van het college naar de draagkracht van de jeugdige en/of de ouder(s) richt zich enerzijds op wat er redelijkerwijs van de jeugdige en/of de ouder(s) verwacht mag worden en anderzijds op de vraag of de jeugdige en/of de ouder(s) hiertoe in staat zijn. Voorafgaande aan de vaststelling van de draagkracht en de draaglast wordt eerst met de ouder(s) besproken hoe zij dit zelf ervaren en wat zij nodig hebben om de zorg voor hun kind te kunnen voortzetten zonder risico op overbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat de mate van noodzaak tot ondersteuning en de vorm waarin deze plaats vindt, kan fluctueren in de loop der tijd. In het onderzoek naar draagkracht worden verschillende factoren die van invloed zijn op de draaglast afgewogen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen normale zorgen, spanning, veel stress, tijdelijke crisis of noodsituatie. Het betreft de volgende factoren: lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; verstandelijke ontwikkeling van de jeugdige; emotionele ontwikkeling van de jeugdige; sociale ontwikkeling van de jeugdige; basiszorg en veiligheid (waaronder woonsituatie); opvoeding algemeen; onderwijs/scholing; beleving ouderschap; gezinsomstandigheden. In het onderzoek worden verschillende factoren die van invloed zijn op de draagkracht meegewogen: lichamelijke conditie ouder(s); geestelijke conditie ouder(s); wijze van omgaan met problemen (coping); motivatie voor zorgtaak; beschikbaarheid van een sociaal netwerk; onderlinge steun ouders. Er is sprake van voldoende draagkracht als door het zelf verlenen van ondersteuning door de ouder(s), geen onoverkomelijke problemen ontstaan op een van de gebieden als bedoeld in artikel 3 lid 2. Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de draagkracht, wordt gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige niet wordt verstrekt, maar op draagkracht geboden kan worden en waarom zich geen andere omstandigheid uit deze nadere regels voordoet op basis waarvan het college een voorziening verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel