Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2023

1.. De zittingsperiode van een lid en de (plaatsvervangend) voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien dat lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, gestelde eisen. 3.. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voordragen. 4.. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.. Een lid, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7.. Het lidmaatschap van commissieleden, aangewezen op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel