Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Gedragscode voor de raadsleden van de gemeente Stein

De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de raad, het college en de burgemeester. Toelichting: Naast het vaststellen van de gedragscodes met heldere gedragsregels voor respectievelijk raadsleden, burgemeester en wethouders is het van groot belang dat erop wordt toegezien dat deze daadwerkelijk worden nageleefd. In de gedragscodes zijn immers de regels voor politieke ambtsdragers opgenomen die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Als politieke ambtsdragers zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het is raadzaam om op gezette tijden de tekst van de gedragscodes tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op deze manier blijft de gedragscode een levend document. Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de voorzitters van college en raad, voor het presidium, het seniorenconvent, de fractievoorzitters, de gemeentesecretaris en de griffier en voor de partij- c.q. afdelingsbesturen. In Stein zijn afspraken over de processtappen die raadsleden volgen in geval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente vastgelegd in het zogeheten ‘Gentle Agreement’. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden in het toezien op de handhaving van de gedragscode, te weten: het bespreken van lastige integriteitkwesties; het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode; het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. In iedere fase is het van belang om ‘onpartijdig’, ‘terughoudend met publiciteit’ en ‘zorgvuldig’ te zijn. Alleen dan kan een rechtvaardige manier van handhaven van de gedragscode worden gegarandeerd.

Rechtspraak bij dit artikel