Een uitwegvergunning wordt in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg geweigerd indien de inrit komt te liggen:
op of bij een kruising of splitsing van wegen;
op een voetpad of voetgangersoversteekplaats
op de plaats van opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
binnen een afstand van 50 meter van een verkeersregelinstallatie;
op een plaats waar de aanliggende rijbaan van de weg zodanig smal is dat de inrit wegens te beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden ingereden;
kort bij een helling van de weg, waardoor onoverzichtelijke en/of onveilige situaties kunnen ontstaan;
op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het eigen erf minder is dan 2,5 meter breed en 5.0 meter lang, zoals gedefinieerd in de Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen (ASVV);
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages;
op een plaats waar de inrit op een fiets- en/of voetgangerspad uitkomt en dat pad in lengterichting moet worden bereden om de openbare weg te bereiken;;
op een plaats ten behoeve van de openbare verlichting aanwezige lichtmast die wegens verlichtingseisen en/of openbaar groen niet te verplaatsen is;
op een zodanige plek dat de verkeersveiligheid en of de doorstroming van het verkeer in gevaar komen, bijvoorbeeld wanneer door een inrit het verkeer geremd wordt, de doorstroming of de vrije in/uitrijruimte beperkt wordt en de weg onvoldoende of zelfs niet meer gebruikt kan worden voor het doel waarvoor hij bedoeld is en tenslotte wanneer de zichtafstand van een naderend voertuig op het conflictvlak minder is dan de stopafstand van het verkeer (reactieafstand + remweg).
Artikel 8
Veilig en doelmatig gebruik van de weg
Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Zuidplas