Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.8

Parkeerbelastingen

Onderdeel van Nota Lokale heffingen 2022-2025 gemeente Enschede

Omschrijving Er wordt belasting geheven op parkeren in de openbare ruimte (parkeren op parkeerplaatsen geregeld met parkeerapparatuur – kort parkeren) of de afgifte van een parkeervergunning (parkeren -voor het gereguleerd parkeren gebied). Wettelijke Basis Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven: De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst; De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning. De gemeente Enschede kent twee parkeergebieden, A en B. Parkeergebied A is het centrum en parkeergebied B is de schil buiten het centrum. De gehanteerde tarieven zijn vastgelegd in de verordening parkeerbelastingen. In 2010 heeft de gemeenteraad besloten de tarieven parkeerbelasting jaarlijks geleidelijk te verhogen met 10 eurocent per uur. Ieder jaar wordt de Raad in gelegenheid gesteld om de tarieven opnieuw vast te stellen via de Verordening Parkeerbelastingen. Controle In Enschede wordt gecontroleerd op naleving van de parkeerbelastingen. De controle wordt dagelijks uitgevoerd door handhavers openbare ruimte (parkeercontroleurs). Als bij controle blijkt dat niet is voldaan aan de parkeerbelasting, wordt een naheffingsaanslag opgelegd. De naheffingsaanslag bestaat uit het uurtarief van de parkeerbelasting en een kostencomponent. De kostencomponent wordt in rekening gebracht om een deel van de door de gemeente gemaakte kosten te verhalen. De kostencomponent is gebonden aan een wettelijk maximum. Jaarlijks wordt het maximumbedrag van de naheffing door het Rijk vastgesteld. In Enschede wordt de beleidslijn gevolgd om het maximumbedrag van het Rijk over te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel