1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid voor 1 juli vast voor het volgende jaar.

2.. De bedragen als bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de jaarlijks voor 1 juli te publiceren subsidietabel.

3.. De peildatum voor de bepaling van het aantal spelende leden als bedoeld in het vierde lid sub b, het vijfde lid sub b en het zesde lid sub b is 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

4.. Muziekverenigingen die bestaan uit meerdere geledingen en waarbij de hoofdgeleding bestaat uit een blaasorkest krijgen:

  • - een vast bedrag per vereniging en
  • - een bedrag per spelend lid.

5.. Muziekverenigingen met één geleding die bestaat uit een blaasorkest krijgen:

  • - een vast bedrag per vereniging en
  • - een bedrag per spelend lid.

6.. Percussieorkesten en majorettegroepen die onderdeel zijn van een schutterij en dansgardes die onderdeel zijn van een carnavalsvereniging krijgen:

  • - een vast bedrag per vereniging en
  • - een bedrag per spelend lid van de percussieorkesten, majorettegroepen en dansgardes.

7.. Niet kerkelijke zangverenigingen krijgen een vast bedrag per vereniging.

8.. Toneelverenigingen krijgen een vast bedrag per vereniging.