Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Nadere regeling amateurkunst Berg en Dal 2023

1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid voor 1 juli vast voor het volgende jaar. 2.. De bedragen als bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de jaarlijks voor 1 juli te publiceren subsidietabel. 3.. De peildatum voor de bepaling van het aantal spelende leden als bedoeld in het vierde lid sub b, het vijfde lid sub b en het zesde lid sub b is 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 4.. Muziekverenigingen die bestaan uit meerdere geledingen en waarbij de hoofdgeleding bestaat uit een blaasorkest krijgen: een vast bedrag per vereniging en een bedrag per spelend lid. 5.. Muziekverenigingen met één geleding die bestaat uit een blaasorkest krijgen: een vast bedrag per vereniging en een bedrag per spelend lid. 6.. Percussieorkesten en majorettegroepen die onderdeel zijn van een schutterij en dansgardes die onderdeel zijn van een carnavalsvereniging krijgen: een vast bedrag per vereniging en een bedrag per spelend lid van de percussieorkesten, majorettegroepen en dansgardes. 7.. Niet kerkelijke zangverenigingen krijgen een vast bedrag per vereniging. 8.. Toneelverenigingen krijgen een vast bedrag per vereniging.

Rechtspraak bij dit artikel