Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Nadere regeling sportverenigingen Berg en Dal 2023

1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in het derde, vierde, vijfde en zesde lid voor 1 juli vast voor het volgende jaar. 2.. De bedragen als bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de jaarlijks voor 1 juli te publiceren subsidietabel. 3.. Verenigingen die zich richten op de volgende sportgebieden: badminton; ballet; boksen; fietsacrobatiek judo; korfbal voor de binnensport; paardrijden; (beach)volleybal; turnen; handbal tafeltennis krijgen: een vast bedrag per vereniging. een vast bedrag per jeugdlid. 4.. Verenigingen die zich richten op de volgende sportgebieden: korfbal voor de buitensport; motorcross; voetbal; krijgen: een vast bedrag per jeugdlid. een vast bedrag per veld. Voor voetbal geldt alleen het aantal voor de hoofdactiviteit benodigde velden voor deze subsidie (indicatieve KNVB-norm). een vast bedrag per kleedlokaal. Voor voetbal geldt het aantal kleedkamers dat de KNVB in de behoeftebepaling heeft opgenomen. een vast bedrag voor een motorcrossaccommodatie 5.. Verenigingen die zich richten op het volgende sportgebied: Tennis; krijgen: een vast bedrag per jeugdlid. een vast bedrag per baan. Alleen het aantal voor de hoofdactiviteit benodigde banen wordt geteld voor deze subsidie. een vast bedrag per kleedlokaal. 6.. Verenigingen die zich richten op het volgende sportgebied: Pétanque krijgen een vast bedrag per vereniging. 7.. De peildatum voor het bepalen van het aantal actieve jeugdleden als bedoeld in het derde lid sub b, het vierde lid sub a en het vijfde lid sub a is 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 8.. Korfbalverenigingen die zowel onder het derde als het vierde lid vallen, ontvangen 50% van de subsidie op grond van het derde lid en 50% van de subsidie op grond van het vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel