1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de hoogte van de subsidiebedragen als bedoeld in het derde, vierde, vijfde en zesde lid voor 1 juli vast voor het volgende jaar.

2.. De bedragen als bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de jaarlijks voor 1 juli te publiceren subsidietabel.

3.. Verenigingen die zich richten op de volgende sportgebieden:

  • - badminton;
  • - ballet;
  • - boksen;
  • - fietsacrobatiek
  • - judo;
  • - korfbal voor de binnensport;
  • - paardrijden;
  • - (beach)volleybal;
  • - turnen;
  • - handbal
  • - tafeltennis

krijgen:

  • - een vast bedrag per vereniging.
  • - een vast bedrag per jeugdlid.

4.. Verenigingen die zich richten op de volgende sportgebieden:

  • - korfbal voor de buitensport;
  • - motorcross;
  • - voetbal;

krijgen:

  • - een vast bedrag per jeugdlid.
  • - een vast bedrag per veld. Voor voetbal geldt alleen het aantal voor de hoofdactiviteit benodigde velden voor deze subsidie (indicatieve KNVB-norm).
  • - een vast bedrag per kleedlokaal. Voor voetbal geldt het aantal kleedkamers dat de KNVB in de behoeftebepaling heeft opgenomen.
  • - een vast bedrag voor een motorcrossaccommodatie

5.. Verenigingen die zich richten op het volgende sportgebied:

  • - Tennis;

krijgen:

  • - een vast bedrag per jeugdlid.
  • - een vast bedrag per baan. Alleen het aantal voor de hoofdactiviteit benodigde banen wordt geteld voor deze subsidie.
  • - een vast bedrag per kleedlokaal.

6.. Verenigingen die zich richten op het volgende sportgebied:

  • - Pétanque krijgen een vast bedrag per vereniging.

7.. De peildatum voor het bepalen van het aantal actieve jeugdleden als bedoeld in het derde lid sub b, het vierde lid sub a en het vijfde lid sub a is 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

8.. Korfbalverenigingen die zowel onder het derde als het vierde lid vallen, ontvangen 50% van de subsidie op grond van het derde lid en 50% van de subsidie op grond van het vierde lid.