Naar hoofdinhoud
2.1.. Bij het begin van het kwartaal stort de provincie de bijdrage voor de betreffende fractie op de rekening van de Stichting. 2.2.. Een storting vindt niet plaats, zodra bij de jaarlijkse verantwoording, blijkt dat het saldo van die rekening, inclusief de “kleine kas”, meer bedraagt dan 150% van de jaarlijkse bijdrage (berekend op basis van het 1e Statenjaar) ten behoeve van die fractie. Betaling wordt hervat zodra de fractie aantoont dat het saldo onder de 150% is gezakt. 2.3.. Op het einde van de statenperiode mag een fractie geen cumulatief tekort hebben. Bij een tussentijdse verantwoording mag een fractie geen cumulatief tekort hebben dat groter is dan 20% van de jaarlijkse vergoeding. De Stichting moet dan binnen 2 maanden na einde boekjaar een herstelplan bij de griffie indienen. De uitbetalingen van voorschotten worden opgeschort totdat een herstelplan is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel