Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.4

Artikel 1.4.1

Voorbeeld van het niet doen van aangifte

Onderdeel van Beleid bestuurlijke boete Wet brp gemeente Zuidplas

Het woonadres in de Basisregistratie Personen (Brp) is het adres waar iemand feitelijk woont (artikel 1.1 van de Wet). Indien het woonadres wijzigt, is er een verplichting om aangifte van deze wijziging te doen (artikel 2.39 van de Wet). Twee partners bezitten allebei een eigen huis in Zuidplas. De ene partner trekt in bij de ander. Hij behoudt zijn eigen huis en verhuurt dit aan iemand anders, die zich inschrijft op dit adres. De verhuurder geeft zijn eigen verhuizing naar het woonadres van zijn partner niet door. Redenen hiervoor kunnen zijn het verlies van een parkeervergunning, een huurbeding in de hypotheekakte of het verlies van zijn recht op hypotheekrenteaftrek. Er wordt een adresonderzoek gestart naar de verhuurder op basis van een melding van een nieuwe bewoner. Tijdens het (administratieve) adresonderzoek wordt de persoon ten minste twee keer verzocht om alsnog aangifte van verhuizing te doen. Hij wordt er daarbij op gewezen dat hem een bestuurlijke boete kan worden opgelegd wanneer hij dit niet doet. Blijft hij verklaren dat hij woont op het Brp-adres, terwijl de gemeente na onderzoek aannemelijk heeft bevonden dat dit niet het geval is, dan neemt de gemeente een beslissing. Is het nieuwe adres bekend, dan verhuist de gemeente hem ‘administratief ‘ naar zijn feitelijke adres. Is er geen adres bekend, dan neemt de gemeente hem in de Brp op als ‘vertrokken naar adres onbekend’. De persoon is dan onvindbaar voor overheidsinstanties en kan hij geen gebruik meer maken van overheidsvoorzieningen. Omdat deze persoon geen aangifte heeft gedaan van zijn verhuizing, legt de gemeente hem ook een bestuurlijke boete op.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel