De wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (wet OKE) is op 1 augustus 2010 in werking getreden en heeft als doel de (taal)ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van peuterspeelzalen te verbeteren[2]. Met deze wet hebben gemeenten en scholen nieuwe verantwoordelijkheden gekregen met betrekking tot het bestrijden van onderwijsachterstanden. Het is geen aparte wet, maar een verzamelnaam voor drie wetswijzigingen: de Wet Kinderopvang (WKO), de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT) en de Wet op het Primair Onderwijs (WPO).
Nevendoel van de wet OKE was het harmoniseren van de kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. In lijn met dit doel is op 1 januari 2018 de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden3. Hiermee is het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven verdwenen. Om een kwaliteitsverhoging binnen de kinderopvang te realiseren is daarnaast de Wet Innovatie en Kwaliteit (Wet IKK) op 1 januari 2018 ingevoerd.
3Formeel spreken we vanaf de harmonisatie alleen nog van kinderopvang[5]. Het van oudsher bestaande peuterspeelzaalwerk wordt daarnaast ook nog aangeduid met de term ‘peuteropvang’. Deze vorm van kinderopvang kenmerkt zich met name door een aanbod van kortere dagen/dagdelen, en doorgaans vanaf 2 jaar.
Deze wetten vormen samen met het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, het wettelijke kader voor het gemeentelijke vve-beleid. Onderstaande afbeelding geeft dit schematisch weer.
Artikel 3.1.1 Wettelijke ontwikkelingen
Artikel 3.1.1 Wettelijke ontwikkelingen
Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Voor- en Vroegschoolse Educatie 2023-2026 gemeente Bergeijk