**1..** Aan een vergunning worden in elk geval de volgende verplichtingen verbonden ten aanzien van data en interoperabiliteit:
De vergunninghouder werkt mee aan het realiseren van een dashboard voor monitoring en analyse, en daarvoor een real-time GPS-trace aan de voertuigen te koppelen waarbij de vergunninghouder gebruik maakt van de door het college voorgeschreven standaarden die zoveel mogelijk overeenkomen met landelijke standaarden (zoals bijvoorbeeld gehanteerd in het kader van de MaaS-pilots) en waarbij de GPS-trace – die in deelvoertuig of app kan zitten - informatie geeft over de locatie met een intervaltijd van 15-30 seconden. Per trace is daarbij in ieder geval de volgende informatie te lezen:
de start- en eindlocatie van de rit (waarbij minimaal een locatie binnen Nijmegen ligt);
de duur van de rit;
het tijdens de rit afgelegde aantal kilometers;
De vergunninghouder is in het geval van deelauto’s aangesloten bij Nationaal Parkeerregistratie of bereid dat in de toekomst te doen en voldoet t.z.t. aan de voorgeschreven interfacebeschrijving;
De nauwkeurigheid waarmee deelvoertuigen zijn te traceren is maximaal 20 meter;
De vergunninghouder waarborgt dat het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens en data voldoet aan geldende wet- en regelgeving.
De vergunninghouder levert per kwartaal een rapportage met in ieder geval de volgende gegevens aan de gemeente met betrekking tot de zes daaraan voorafgaande kalendermaanden:
Gemiddeld aantal keer dat een deelvoertuig per dag is gebruikt;
Gebruik per wijk in Nijmegen;
Gebruik (inclusief tijdstip in– en uitcheck) per station van de Nederlandse Spoorwegen en Park&Ride-terrein, binnen een straal van 150 meter;
Gemiddeld aantal kilometers per rit;
Pieken en dalen in het gebruik (weekenddagen versus werkdagen, spitstijden versus niet spitstijden, 7-19 uur versus 19 -7 uur);
Het aantal unieke gebruikers;
Gemiddelde parkeertijd – gedurende welke het deelvoertuig ter gebruik wordt aangeboden - per deelvoertuig per wijk;
Het aantal boekingen via het eigen platform en het aantal boekingen via MaaS-platforms;
Eventuele clustering van deelvoertuigen en of dit problemen oplevert;
Het aantal van de straat verwijderde en (ter plaatse) gerepareerde deelvoertuigen en de termijn waarbinnen de deelvoertuigen van straat zijn gehaald en (ter plaatse) gerepareerd;
Het aantal ontvangen klachten en hoe deze klachten zijn afgehandeld en verholpen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Verplichtingen ten aanzien van data en interoperabiliteit
Onderdeel van Nadere regels Deelmobiliteit 2023