Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht van de belanghebbende.
Bij het vaststellen van de draagkracht blijft het inkomen van de tot zijn last komende kinderen buiten beschouwing.
Bij het vaststellen van de draagkracht blijft de individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing.
Het vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 en 3 Participatiewet, wordt bij de vaststelling van de draagkracht buiten beschouwing gelaten.
Bij een inkomen van 120% van de bijstandsnorm of minder is de draagkracht nihil.
Bij een inkomen van meer dan 120% van de bijstandsnorm wordt 35% van het inkomen boven 120% van de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld als draagkracht in aanmerking genomen.
In afwijking van lid 5 bedraagt de draagkracht 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld bij de volgende kosten:
woonkostentoeslag bij koopwoning;
woonkostentoeslag bij huurwoning.