Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 13.

Termijnen particuliere graven

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Land van Cuijk 2023

1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 10, 20 of 30 jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen bij uitgifte. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing voor particuliere natuurgraven en particuliere natuur-urnengraven. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 50 jaar recht op een particulier natuurgraf of een particulier natuur-urnengraf. De termijn begint te lopen bij uitgifte. 3.. Het college verleent een uitsluitend recht als bedoeld in het eerste en tweede lid slechts aan één rechthebbende. 4.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkens met een termijn van 5, 10 of 20 jaar verlengd, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 5.. Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkens met een termijn van 20 jaar verlengd, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 6.. Begraving of bijzetting in een particulier graf, met uitzondering van een particulier natuurgraf en een particulier natuur-urnengraf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van het uitsluitend recht met 5, 10 of 20 jaar, zodanig dat de dan nog resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. 7.. Begraving of bijzetting in een particulier natuurgraf of een particulier natuur-urnengraf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van het uitsluitend recht met 20 jaar.

Rechtspraak bij dit artikel