Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Provinciale Milieuverordening Noord Holland (PMV)

Onderdeel van Uitvoeringsregels voor het gebruik van knalapparatuur ter voorkoming van schade aan gewassen

In een provinciale milieuverordening kunnen zogenaamde milieubeschermingsgebieden worden aangewezen, waaronder stiltegebieden. Voor deze stiltegebieden kunnen bij provinciale milieuverordening regels over het voorkomen en beperken van geluidhinder worden gesteld. Op 18 november 2013 is de laatste wijziging (tranche 8) van de PMV van de provincie NoordHolland vastgesteld. De betreffende wijziging heeft vooral betrekking op de stiltegebieden en aardkundige monumenten. In hoofdstuk 4 van de PMV worden regels gesteld om geluidhinder te voorkomen of beperken. In het werkgebied van de RUD NHN zijn zo’n 25 stiltegebieden aanwezig (zie bijlage 1). De stiltegebieden zijn in de jaren tachtig vastgesteld om relatief rustige gebieden voor de toekomst te behouden. De afgelopen tijd is er een andere kijk op stilte gekomen. Stilte wordt ook gezien als beleving van rust en ruimte. De provincie vindt het belangrijk dat deze waarden behouden blijven en dat iedereen rust en stilte kan ervaren. In artikel 4.3.1. van de PMV zijn activiteiten opgenomen die verboden zijn in stiltegebieden. In artikel 4.3.2 onder lid 2g is een vrijstelling opgenomen voor het gebruik van knalapparatuur in stiltegebieden voor beheer en schadebestrijding, mits een bepaalde frequentie van de knallen niet wordt overschreden. Uitgangspunt daarbij is dat de knalapparatuur noodzakelijk is om schade aan het gewas te voorkomen. Bij de aangegeven frequentie van maximaal 3 knallen per uur wordt de gewenste geluidkwaliteit van 40 dB(A) 24-uurgemiddeld niet overschreden en wordt de kwaliteit van het stiltegebied niet wezenlijk aangetast. Artikel 4.3.1 (verboden activiteiten in stiltegebieden) In een stiltegebied is het verboden om een toestel te gebruiken, indien daardoor de ervaring van de natuurlijke geluiden kan worden verstoord. Een toestel als bedoeld in het eerste lid is in elk geval: een airgun en andere knalapparatuur. Artikel 4.3.2 (vrijstellingen) De verboden, gesteld in artikel 4.3.1, gelden niet voor Beheer en schadebestrijding met knalapparatuur waarbij hetaantal knallen maximaal 3 per uur is. Indien binnen 300 meter nog een knalapparaat in gebruik is, geldt voor deze apparaten gezamenlijk het maximum van 3 knallen per uur. Voor knalapparatuur in stiltegebieden stelt de PMV dus regels, deze gaan boven de gemeentelijke APV. Voor knalapparatuur opgesteld buiten stiltegebieden geldt het artikel over overige geluidhinder in de APV. De belangrijkste wetten die de natuur beschermen zijn de Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het kabinet wil deze wetten samenvoegen tot 1 wet: de Wet natuurbescherming. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft het oorspronkelijke wetsvoorstel aangepast en op 18 juni 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd. De Eerste en Tweede Kamer moeten het voorstel van de Wet natuurbescherming goedkeuren. Tot die tijd zijn met name de Natuurbeschermingswet (Nb-wet) en de Flora- en faunawet (Ff-wet) van belang bij het reguleren van het gebruik van knalapparatuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel