Naar hoofdinhoud
Het gebruik van knalapparatuur gaat gepaard met geluid. Dat geluid kan hinder veroorzaken voor omwonenden. Geluidhinder is echter een subjectief begrip. Door middel van metingen zijn bronvermogens van knalapparaten vastgesteld. In deze uitvoeringsregels wordt uitgegaan van een gemiddeld bronvermogen van Lw = 140 dB(A) (achterwaarts gericht). Bij deze bronsterkte geldt een maximaal ontvanger niveau van Lp = <80 dB(A) op 200 meter. Dit betekent dat een knalapparaat nooit meer dan 80 dB(A) mag veroorzaken op het dichtstbijzijnde (200 m) geluidsgevoelige object. In deze uitvoeringsregels is ervoor gekozen om niet het aantal decibel leidend te laten zijn, maar te werken met afstanden. Uit berekeningen en eerdere onderzoeken is gebleken dat bij een afstand van minimaal 200 meter tussen een knalapparaat met een bronvermogen van 140 dB(A) (achterwaarts gericht) en een geluidsgevoelig object, voldaan kan worden aan de eis van maximaal 80 dB(A) op de gevel van het geluidsgevoelige object. De loop van een knalapparaat moet van een geluidsgevoelig object en, indien mogelijk, van de openbare weg zijn afgericht. Een ronddraaiende loop is daarom niet toegestaan op een perceel dat is omgeven door bebouwing of grenst aan de openbare weg.

Rechtspraak bij dit artikel