Naar hoofdinhoud
1.. Op dagen waarop een vergadering van de raad wordt gehouden, niet zijnde een vergadering waarin de begroting wordt vastgesteld, bestaat voor raadsleden de gelegenheid gebruik te maken van het vragenuurtje. Het vragenuurtje vangt aan een uur voor de vergadering van de raad en eindigt uiterlijk 5 minuten voor de vergadering van de raad. Het vragenuurtje gaat niet door indien er bij de voorzitter geen vragen of niet tijdig vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het seniorenconvent bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2.. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste 28 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De te stellen vragen dienen ingegeven te zijn door de politieke actualiteit. De voorzitter kan na overleg met het seniorenconvent weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt of indien het onderwerp niet ontleend is aan de politieke actualiteit. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

Rechtspraak bij dit artikel