Conform artikel 2.2 lid 1g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen:
bomen die vermeld staan op de lijst Bijzonder waardevolle bomen;
bomen die geplant zijn op basis van een herplantplicht, als bedoeld in artikel 9 en artikel 11, indien die herplantplicht minder dan 12 jaar geleden is opgelegd.
bomen in publiek eigendom met een stamomtrek van minimaal 40 cm;
bomen in particulier eigendom met een stamomtrek van minimaal 100 cm;
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
bomen die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 4.1 sub c, d en e van de Wet natuurbescherming;
bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet;
bomen die moeten worden geveld krachtens een aanschrijving van het college. Ook in zo'n aanschrijving kan het college voorschriften als bepaald in de artikelen 9 en 10 van deze verordening opleggen;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
een velling die uitsluitend bedoeld is als verzorgingsmaatregel, tot het dunnen van de houtopstand, met het doel bevordering van groei van overblijvende houtopstand;
het snoeien – anders dan kandelaberen - van bomen met achterstallig onderhoud waarbij meer dan 20% moet worden gesnoeid, door of op aanwijzen van een bomendeskundige.