In afwijking van het bepaalde in artikel 12.3 kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
HOOFDSTUK 12: › PARAGRAAF 3
Artikel 12.4
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Ermelo