Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › PARAGRAAF 1

Artikel 2.1

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Ermelo

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelteanders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of toeziet op het aanbrengen van reclame; of niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3.. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, genoemd in het eerste lid. 4.. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid onder b. gestelde verbod tot een maximum van 50 lichtmastreclames in de gehele gemeente. 5.. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het opslaan van roerende zaken of als een eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak in een daarbij aangewezen gedeelte van de provincie of de gemeente toestaat of gedoogd dat daar roerende zaken worden opgeslagen. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen, als bedoeld in artikel 1.1 van deze verordening; standplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van deze verordening; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7.. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de Stationsstraat en de direct daarop aansluitende pleinen en de Branderskamp, voor zover het bevoegd bestuursorgaan een ontheffing heeft verleend voor een reclame-uiting, uitstalling en/of terras. 9.. Het beoogde gebruik als bedoeld in het eerste lid onder b mag, voor wat betreft spandoeken ten behoeve van activiteiten behoudens handelsreclame, alleen gedurende een aaneengesloten periode van drie weken op de daarvoor bestemde gemeentelijke voorzieningen op de: Hoek Ericalaan – Putterweg Hoek Harderwijkerweg – Prins Hendriklaan Hoek Telgterweg – Arendlaan Hoek Leuvenumseweg - Jacob Catslaan 10.. Het bevoegd bestuursorgaan stelt beleidsregels vast, waar de in het achtste lid genoemde ontheffingsaanvragen aan moeten voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel