Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 3.1

Melding incidentele feesten

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Ermelo

1.. Het is een inrichting (in de zin van de Wabo) dan wel een bedrijf (in de zin van de Omgevingswet) toegestaan op maximaal zes dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel artikel 5.65 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving niet van toepassing zijn, mits de inrichting dan wel het bedrijf ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2.. Het is een inrichting dan wel bedrijf toegestaan om tijdens maximaal zes dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten, waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de inrichting dan wel het bedrijf ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3.. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4.. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van de inrichting dan wel de houder van het bedrijf een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel artikel 5.65 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. 7.. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting dan wel het bedrijf en niet voor de buitenruimte. 8.. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel