Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Doelgroepen eenmalige energietoeslag

Onderdeel van Beleidsregels Eenmalige energietoeslag gemeenten Harderwijk en Zeewolde

1.. De eenmalige energietoeslag is bedoeld voor een huishouden met een laag inkomen en wordt per uniek adres ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend. 2.. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen. 3.. Een huishouden heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen gezamenlijk inkomen niet hoger is dan 130% op de peildatum toepasselijke bijstandsnorm. 4.. Zelfstandigen kunnen een laag inkomen, zoals in lid 3 van dit artikel benoemd, aantonen met de jaarrekening en aangifte IB over 2021 (mits voorhanden), dan wel de winst- en verliesrekening over het vierde kwartaal 2022. 5.. Per huishouden verleent het college maximaal één energietoeslag. 6.. Het recht op een eenmalige energietoeslag wordt eenmalig vastgesteld op de peildatum en geldt voor het kalenderjaar 2022. 7.. Er bestaat geen recht op een eenmalige energietoeslag als de aanvrager eerder over 2022 een energietoeslag op grond van artikel 35 Participatiewet heeft ontvangen. Dit geldt ongeacht of de aanvrager deze toeslag via het college of via het college in een andere gemeente heeft ontvangen. 8.. Uitgesloten van de toekenning van de energietoeslag is de persoon van het huishouden die op de peildatum: in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet; jonger is dan 21 jaar waarbij de ouders onderhoudsplichtig zijn; is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op de studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel