Een jeugdige komt slechts in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover naar het oordeel van het college, huisarts, medisch specialist of jeugdarts de jeugdige:
**a..** op eigen kracht of met zijn ouders, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
**b..** geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening of een overige voorziening;