Het is verstandig om bij de aanschaf of in de opdrachtomschrijving rekening te houden met mogelijk vandalisme of zelfs ontvreemding. Zo zou bijvoorbeeld de eis kunnen worden gesteld dat het materiaal waarvan het kunstwerk is gemaakt ‘vandalisme proof’ is of dat het kunstwerk (bijvoorbeeld door zijn constructie of gewicht) niet gemakkelijk te ontvreemden is. Ook bij de locatiebepaling dient er rekening te worden gehouden met het risico op vandalisme en vervreemding. Indien er toch sprake is van schade, dan dient het kunstwerk te worden geïnspecteerd op conditieniveau en moeten de hieruit volgende acties worden bepaald (zie paragraaf 2.2.3). Wanneer een kunstwerk keer op keer na herstel wordt beschadigd, dan zal de beheerder van BBOR dit moeten bespreken met de beleidsmedewerker van WWDR. Wanneer er sprake is van diefstal, moet worden gekeken naar de waarde van het kunstwerk en de eventuele verzekering van het kunstwerk. Ook de kunstenaar moet op de hoogte worden gebracht. Vervolgens kan worden bepaald wat de volgende stap is.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Ontvreemding en vandalisme
Onderdeel van Beleids- en beheerplan kunstwerken in de openbare ruimte - periode 2021 - 2024