Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

Natuurinclusieve kringlooplandbouw

Onderdeel van Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040

Het sluiten van grondstofkringlopen Kringlooplandbouw is landbouw op basis van circulaire principes, waarbij grondstofkringlopen zoveel mogelijk gesloten worden binnen een agrarisch bedrijf of binnen een aantal agrarische bedrijven in hetzelfde gebied. Grondstofkringlopen zijn op het laagst mogelijke niveau gesloten. Dit betekent dat er geen grondstoffen verloren gaan als afval en dat er geen nutriënten van buiten de landbouwprocessen hoeven te worden geïmporteerd van ver. Er kan wel onderling tussen boerenbedrijven uitwisseling van grondstoffen plaatsvinden. Praktisch gezien wordt er bijvoorbeeld geen kunstmest gebruikt, maar wordt natuurlijke diermest gebruikt op het land, ofwel van de eigen veestapel ofwel van het overschot van de buren. Hetzelfde geldt voor diervoeder, die zoveel mogelijk afkomstig is vanuit reststoffen van het eigen bedrijf of buurbedrijven. Een voorbeeld is een melkveehouderij die een systeem toepast om mest en urine bij de bron te scheiden en verder te verwerken als bruikbare meststoffen voor precisiebemesting. Zo worden mineralenkringlopen beter gesloten, stikstofemissies gereduceerd (wat goed is voor het herstel van de natuur/biodiversiteit) en ontstaat een gezonder stalklimaat. Er bestaat geen blauwdruk voor kringlooplandbouw, maar is aangepast aan de natuurlijke omstandigheden en aan de agrariër als ondernemer. Er zijn natuurlijk wel bepaalde eisen aan kringlooplandbouw, maar het is aan iedere ondernemer zelf om er inhoud aan te geven, passend bij zijn of haar bedrijfsvoering en specifieke ecologische omstandigheden. Deze vorm van landbouw is volgens experts de enige manier waarop we tot in de verre toekomst op een gezonde en winstgevende manier landbouw kunnen bedrijven. Daarom vinden we deze transitie heel belangrijk, zowel voor de economische kracht van de sector, als voor de weerbaarheid van het ecosysteem en het landschap. Ruimte voor de natuur Natuurinclusieve landbouw is iets anders dan kringlooplandbouw. De beide vormen kunnen elkaar wel versterken. Bij natuurinclusieve landbouw wordt er enerzijds gestreefd naar een zo klein mogelijk negatief effect van de bedrijfsvoering op de natuur. Anderzijds geldt dat er ook naar een zo groot mogelijk positief effect van de natuur op de bedrijfsvoering wordt gezocht. De bedrijfsvoering van een gangbaar bedrijf is in het algemeen gericht op een zo hoog mogelijke productie van bepaalde soorten gewassen of dieren, zoals maïs of koeien. Een duurzame, natuurinclusieve landbouw heeft ook oog voor andere, ‘niet-productieve’ soorten. Aandacht voor deze soorten hoeft de bedrijfsvoering niet te frustreren en kan deze zelfs ondersteunen. Functionele agrobiodiversiteit gaat over het beschermen van allerlei soorten die zich bevinden in de bodem en op het land, om de rijkdom van het ecosysteem in stand te houden inclusief de ecosysteemdiensten die daaruit voortkomen (zie paragraaf 4.1.5). Het beschermen van specifieke soorten is ook een onderdeel van natuurinclusieve landbouw. Bedreigde en gewaardeerde soorten als de grutto vragen om aangepaste bedrijfsprocessen. Ook kunnen agrarische bedrijven/gebieden onderdeel zijn van een leefgebied en/of van een verbindingszone tussen twee leefgebieden/natuurgebieden. Natte teelten Natte teelten zoals de teelt van Lisdodde, Azolla en Veenmos zijn op meerdere manieren in te zetten. Lisdodde kan bijvoorbeeld gebruikt worden als veevoer, biomassa voor energie, isolatiemateriaal en bouwmateriaal. Inzet van dit gewas stopt bodemdaling, vermindert CO2-uitstoot tot 60%, zorgt voor waterberging, creëert nieuwe habitats voor libellen en waterfauna en biedt recreatiemogelijkheden. Andere gewassen hebben weer andere combinaties van eigenschappen en mogelijke toepassingen. Hieruit blijkt dat er ook zeker voordelen voor de boer te behalen zijn. Vooral in de belangrijke weidevogelgebieden is de toekomst van de weidevogels een belangrijk aandachtspunt bij het omschakelen naar natte teelten. Een voorbeeld is de bodem als goede basis. Als de bodem op orde is, voldoende vitaal en vruchtbaar, dan is dit gunstig voor de opbrengsten, de biodiversiteit en het vochtvasthoudend vermogen van de bodem. Een gezonde bodem met een rijk bodemleven slaat onder andere meer stikstof en koolstof op, laat diepere beworteling toe en houdt meer water vast. Dit heeft voordelen voor zowel boer als natuur. Iedere vorm van bedrijfsvoering en vorm van landgebruik vraagt om een andere inzet van natuurinclusieve landbouw. Ook hier is geen vaste vorm voor te schrijven, maar hangt de aanpak af van de lokale context. We nodigen agrariërs uit om hier vernieuwende oplossingen voor toe te passen. Er is wel een aantal richtlijnen, zoals gevisualiseerd in de figuur hiernaast van het Louis Bolkinstituut voor duurzame landbouw. Door hierop in te zetten kunnen boeren weer de spil in het landschapsbeheer worden en de balans tussen natuur en landbouw herstellen. Iets om trots op te zijn!

Rechtspraak bij dit artikel