Door de hogere eisen die aan agrariërs worden gesteld kan het moeilijker worden de bedrijfsvoering rendabel te houden. Daarnaast zorgen de veranderingen in de landbouwsector, samen met de opkomst van nieuwe landgebruiksvormen, ervoor dat we anders naar het buitengebied gaan kijken. Het buitengebied is niet meer alleen een landbouwgebied, maar een landschap waar landbouw, natuur, cultuurhistorie, recreatie, toerisme, wonen, werken en zorg met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken.
Als gemeente bieden we daarom ruimte aan economische ontwikkelingen die passen in het landschap. Sommige agrariërs zullen op zoek gaan naar nevenactiviteiten om de bedrijfsvoering rendabel te houden, zoals een minicamping of een theehuis. Sommige andere agrariërs zullen plaatsmaken voor nieuwe functies, zoals recreatievoorzieningen, zorgfuncties of nieuwe landgoederen. Dit is nodig om voorbereid te zijn voor het geval agrariërs stoppen en nieuwe beheerders van het landschap nodig zijn. Zo faciliteren we de transitie van agrarische bedrijvigheid naar plattelandsbedrijvigheid.
We bieden bewoners en ondernemers in het buitengebied (de ‘streekhouders’) de ruimte allerhande (recreatieve) faciliteiten aan te bieden. Voorwaarde is wel dat de ruimtelijke ontwikkelingen passen bij de maat, schaal en de identiteit van het landschap (zie hoofdstuk 5. deelgebied uitwerking). Het idee hierachter is dat initiatiefnemers (indien gewenst) meer ontwikkelruimte krijgen dan er nu in het bestemmingsplan mogelijk is, mits zij bijdragen aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied.
Naast de bestaande recreatieve programma’s is er ruimte voor diverse kleinschalige (recreatieve) nevenactiviteiten en voor nieuwe bedrijven die mede invulling kunnen geven aan het recreatieve landschap voor bezoekers uit stad en land. Dit zorgt voor een gevarieerd landschap. Enkele voorbeelden zijn: zorgboerderij met kleinschalige horeca, kleinschalige overnachtingsmogelijkheden in de grienden, kleine ambachtelijke werkplaatsjes, verkoop van streekeigen producten, streekkwekerij, etc. Ook buiten de bouwpercelen is ruimte voor activiteiten die het landschap versterken of gebruik maken van het landschap, zoals buitenworkshops, etc. Door landschappelijk en agrarisch toerisme voor mensen van buiten te stimuleren wordt de aantrekkingskracht van ons buitengebied vergroot.
Een vorm van verbreding die ook recreanten trekt en de afstand tussen boer en burger verkleint, is de ontwikkeling van korte ketens. Bij korte ketens is de afstand van grond tot mond kleiner en kan de boer een eerlijke prijs voor zijn product vragen, omdat de tussenhandel ontbreekt. Vooral in de delen van het buitengebied nabij de (grote) kernen liggen hiervoor kansen. Een mooi voorbeeld van net buiten onze gemeente is de (zelfservice) boerderijwinkel Symbiose in Noordeloos, waar producten van verschillende boeren en tuinders worden verkocht. Om te voorkomen dat er een veelheid aan landwinkels ontstaat die met elkaar concurreren, zou een coöperatie kunnen worden opgesteld om de producten van boeren uit Vijfheerenlanden gezamenlijk lokaal af te zetten. Een andere optie is om speciale vakken in de supermarkten in de kernen in te richten met streekproducten.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.7
Op naar plattelandsbedrijvigheid
Onderdeel van Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040