Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14

Ontheffingen voor parkeren

Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen van verkeersmaatregelen Goes 2017

1.. Ontheffing als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c kan worden verleend aan een ieder die zijn motorvoertuig wil parkeren op plaatsen waar een parkeerverbod van kracht is. 2.. Ontheffing als bedoeld in lid 1 kan alleen worden verleend indien: het parkeren van een motorvoertuig betreft voor de ingang van een direct aan de weg grenzende garage waarbij aangetoond kan worden dat de garage rechtmatig wordt gebruikt door diegene die wil parkeren; het parkeren van een motorvoertuig betreft dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden door of in opdracht gemeente, provincie of waterschap; het parkeren van een motorvoertuig betreft dat wordt gebruikt door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand en deze ambtenaar in de uitoefening van zijn/haar functie direct betrokken is bij een trouwplechtigheid; het parkeren van een motorvoertuig betreft dat wordt gebruikt door een fotograaf en deze fotograaf in de uitoefening van zijn/haar functie direct betrokken is bij een trouwplechtigheid of andere ceremoniële bijeenkomst; het parkeren van een motorvoertuig betreft voor het bijwonen van een trouwplechtigheid of andere ceremoniële bijeenkomst in het stadhuis aan de Grote Markt; met dien verstande dat: alleen geparkeerd mag worden voor het stadhuis op de Grote Markt; er maximaal 20 auto’s worden geparkeerd op de Grote Markt; er niet geparkeerd mag worden als het parkeren georganiseerde evenementen of markten op de Grote Markt in de weg staat. en er door de parkeersituatie naar oordeel van een verkeerskundige geen verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan en het doelmatig gebruik van de openbare weg niet onevenredig wordt aangetast. het parkeren van een motorvoertuig betreft van een koster of voorganger van een kerkdienst; met dien verstande dat: het parkeren nabij de kerk noodzakelijk is in verband met het tijdig aanwezig zijn voor een kerkdienst; het parkeren nabij de kerk noodzakelijk is voor het uitoefenen van kerkelijke werkzaamheden en in redelijkheid niet kan worden verlangd dat bij het uitoefenen van die werkzaamheden het motorvoertuig op een reguliere parkeerplaats wordt geparkeerd; het redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat gebruik wordt gemaakt van een reguliere parkeerplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel