Naar hoofdinhoud
1.. De beoordelingscommissie behandelt de aanvragen op volgorde van ontvangst van de aanvraag door het college. 2.. De beoordelingscommissie toetst de aanvragen op de volgende onderdelen: relevantie en effect van de activiteiten (op duurzaamheid, leefbaarheid of biodiversiteit); bereik en meerwaarde voor de omgeving; feitelijke en financiële uitvoerbaarheid; draagvlak en samenwerking; 3.. Per onderdeel kent de beoordelingscommissie een puntenaantal toe, variërend van 0 tot en met 10, waarbij per onderdeel wordt gemotiveerd hoe tot die beoordeling is gekomen. 4.. De beoordelingscommissie adviseert het college op basis van de in lid 2 genoemde onderdelen en brengt binnen zes weken een schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan het college, zowel over het al dan niet verlenen van de subsidie als over de hoogte van het subsidiebedrag. Het college kan in bijzondere gevallen besluiten gemotiveerd af te wijken van het advies van de beoordelingscommissie. 5.. Ongeacht het advies van de commissie, komen aanvragen die minder dan 6 punten hebben gekregen op ieder van de in lid 2 genoemde onderdelen a en c, of minder dan 5 punten op ieder van de in lid 2 genoemde onderdelen b en d, niet voor subsidie in aanmerking. 6.. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in lid 5.

Rechtspraak bij dit artikel