Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Toetsingscriteria

Onderdeel van Beleidsregels individuele gehandicaptenparkeerplaatsen

De individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt niet verleend indien: de aanvrager niet beschikt over een geldige, landelijke of Europese gehandicaptenparkeerkaart, zijnde een bestuurderskaart of een passagierskaart; de aanvrager beschikt over een passagierskaart en over hulpmiddelen waarmee de afstand tussen de parkeerplaats en het woonadres kan worden overbrugd en/of voor korte tijd alleen kan worden gelaten; voor de aanvrager de mogelijkheid bestaat om zelf in een eigen parkeerplaats te voorzien op eigen terrein (garage, oprit, e.a.); er geen mogelijkheid aanwezig is om binnen een loopafstand van 100 meter van het woonadres van de aanvrager een individuele gehandicaptenparkeerplaats, conform de geldende richtlijnen van het CROW en met inachtneming van de landelijke normen, te realiseren; de aanwijzing van de individuele gehandicaptenparkeerplaats ter plekke leidt tot een onveilige verkeerssituatie of een belemmering van de doorstroming van het overige wegverkeer; de parkeerdruk in de omgeving van de aan te wijzen parkeerplaats niet zodanig is dat het aanwijzen van een parkeerplaats als noodzakelijk moet worden beoordeeld; de Regiopolitie Zeeland geen positief advies verleend.

Rechtspraak bij dit artikel