Deze nadere regel heeft als doel de maatschappelijke waardering voor vakmanschap – en daarmee ook voor het mbo en zijn studenten – te bevorderen. Mbo’ers zijn namelijk gelijkwaardig aan anderen in de samenleving. De gemeente wil voortzetten op de positieve aandacht voor het mbo van de afgelopen jaren en deze uitbreiden naar andere contexten, van de basisschool tot aan de arbeidsmarkt. De bedoeling is dat meer jongeren enthousiast worden over en kiezen voor vakopleidingen en -beroepen.
In het ‘mbo-uitvoeringsplan 2023-2026: Waardering voor vakmanschap’ zijn de volgende twee ambities en vijf randvoorwaarden gesteld die elkaar onderling versterken:
Mbo’ers maken gelijkwaardig deel uit van de Utrechtse samenleving
De samenleving waardeert vakmanschap en heeft een positief beeld van het mbo
Mbo-, hbo- en wo-studenten hebben een gelijkwaardige positie in het Utrechtse studentenleven
Jongeren, onderwijs, de arbeidsmarkt en de gemeente zijn goed met elkaar verbonden
Er is waardering en interesse bij leerlingen, ouders en docenten voor vakopleidingen en -beroepen
Elke mbo student heeft een waardevolle stageplek
Er is nauwe samenwerking in de driehoek van het onderwijs, de gemeente en de arbeidsmarkt
De gemeente investeert samen met haar subsidieontvangers in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete sociale winst opleveren. Social return sluit aan bij aan de doelstellingen, waarvoor met deze nadere regel subsidie kan worden aangevraagd.