De locatie van de ondergrondse container(s) moet bepaald worden in onderling overleg tussen initiatiefnemer, gemeente en inzamelaar en wel zodanig dat de ondergrondse container te allen tijden goed bereikbaar is voor zowel gebruikers (ook minder validen) als voor inzamelaar en de onderhoudsdienst.
Een ondergrondse afvalcontainer wordt zoveel mogelijk centraal geplaatst ten opzichte van de woningen die gebruik maken van de inzamelvoorziening.
Het opheffen van parkeerplaatsen ten behoeve van het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer wordt zoveel mogelijk beperkt. Bij eventueel gebruik van parkeerplaatsen wordt compensatie geboden in de directe omgeving.
De locatie van de ondergrondse containers moeten voldoen aan richtlijnen met betrekking tot verkeersveiligheid. Dat betekent dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden om de container te legen. Ook geldt dat zich tussen de container en het inzamelvoertuig geen fietspad en/of voetpad mag bevinden. Er moet ook zoveel mogelijk worden geprobeerd dat er binnen een straal van 2 meter van de ondergrondse container geen parkeergelegenheid is.
Bij het plaatsen van de container moet in elk geval rekening worden gehouden met:
grondwaterstand (bronnering);
milieu hygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond (i.v.m. uitvoeren van de werkzaamheden en afvoer van vrijkomende grond);
kabels en leidingen (klic-melding).
Een ondergrondse container wordt geplaatst op een plek zodat deze goed geleegd kan worden:
het inzamelvoertuig moet naast de container kunnen staan (dus niet ervoor of erachter) met een minimale afstand van 2 meter en maximaal 5 meter;
de afstand tussen het inzamelvoertuig en gebouwen, (riool)putten (i.v.m. “afstempelen”) en lage objecten (zoals straatmeubilair) dient tenminste 5 meter te bedragen;
binnen een straal van 6 meter mogen zich geen obstakels bevinden met een hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld of hoger zoals bv. bomen, lantaarnpalen en vlaggenmasten alsmede op locaties waar zich ondergronds kabels en/of leidingen bevinden. Er worden in principe geen bomen gekapt;
ten behoeve van het ledigen door het inzamelvoertuig moet er een vrije bovenruimte zijn 8 meter vanaf het maaiveld.
Bij het plaatsen van een ondergrondse container wordt direct zicht op de container vanuit de woonkamer van een woning zoveel mogelijk beperkt.
Containers worden bij voorkeur niet in de directe omgeving van een speelplaats voor kinderen geplaatst.
Indien nodig wordt een containerlocatie voorzien van paaltjes om parkeren of rijden over de afdekplaat van de container te voorkomen.
Rondom de ondergrondse containerlocatie wordt een strook verharding van 60 cm breed aangebracht. Deze verharding wordt, indien nodig, ook in omringende groenvoorziening aangebracht.
Wanneer een container op particuliere grond wordt gezet, dan sluit de gemeente een overeenkomst tussen de grondeigenaar en de gemeente in verband met opstalrecht. Dit om ervoor te zorgen dat de container bij overdracht naar een andere eigenaar kan worden gehandhaafd.
De technische uitvoering (vorm, gebruik, inzamelsysteem, registratie-elektronica e.d.) van de ondergrondse container voor restafval moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente.
Hoofdstuk § 2. Huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 4. Voorwaarden plaatsing ondergrondse inzamelmiddelen
Artikel 4. Voorwaarden plaatsing ondergrondse inzamelmiddelen
Onderdeel van Beleidsregel inzamelmiddelen- en voorzieningen gestapelde bouw gemeente Bergeijk