Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2024

6.1 Categorie peuteropvang Een aanbod aan peuters van ouders aantoonbaar zonder recht op kinderopvangtoeslag- waarbij de gemeente maximaal 8 uur per week subsidieert. Een aanbod aan doelgroep peuters van zowel ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag als ouders met recht op kinderopvangtoeslag – waarbij de gemeente maximaal 16 uur per week subsidieert. De verleende subsidie kan ingezet worden om een peuter die maximaal 3 weken voor de vakantie vier jaar wordt, tot aan de vakantie te laten overbruggen om continuïteit te waarborgen voor het kind. De verleende subsidie kan bij uitzondering en deels ingezet worden om een peuter na zijn/haar vierde verjaardag langer op de peuteropvang te laten verblijven. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Er is geen sprake van kinderopvangtoeslag (deze loopt door tot het kind start in het basisonderwijs) Er is sprake van een speciale zorgbehoefte waardoor het kind nog niet kan starten op het primair onderwijs. De zorgbehoefte is door een professional in beeld gebracht. De mogelijkheid voor inzet van een Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt in kaart gebracht De onderwijsinstelling heeft een zorgplicht voor aangemelde kinderen. De peuteropvang maakt samen met ouders, school en andere betrokken professionals een plan rondom het kind. De gemeente wordt betrokken bij het gebruik maken van deze uitzondering, waarbij er samen gekeken wordt naar de mogelijkheden in het budget. 6.2 Categorie kwaliteitsimpuls Subsidie ten behoeve van een kwaliteitsimpuls. Hieronder vallen scholingskosten VVE en VVE gerelateerde programma’s. 6.3 Categorie pedagogisch coach op de VVE groep Subsidie ten behoeve van de inzet van de HBO coach/pedagogisch beleidsmedewerker op de VVE groep conform het wijzigingsbesluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Voor deze categorie gelden de volgende uitgangspunten: Doel besluit: verhogen van de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie Norm: inzet pedagogisch beleidsmedewerker voor 10 uur per doelgroeppeuter per locatie per jaar (peildatum Profiel: hbo werk- en denkniveau, gelijk aan de eisen zoals gesteld in de Wet IKK en zoals ze zijn uitgewerkt in de CAO Kinderopvang en de CAO Sociaal werk Opleiding: hbo-, wo- en associate degree-opleidingen gericht op de ontwikkeling van kinderen en de manier waarop die ontwikkeling zo optimaal mogelijk kan worden ondersteund. Zie hiervoor de lijst Branche erkende Scholing voor Pedagogisch beleidsmedewerker/coach. MBO4-diploma aangevuld met een branche-erkende opleiding is ook mogelijk. De norm van 10 uur betreft een rekenregel. Het is dus niet zo dat de werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker één op één zijn terug te brengen op 10 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie mag door de opvangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten en het aanbod van de VE op de groepen waar doelgroepkinderen aan deelnemen 6.4 Categorie kleine kernen subsidie Subsidie ten behoeve van VVE aanbieders in kleine kernen die op basis van het gehanteerde subsidiabel uurtarief niet op rendabele wijze in stand gehouden kan worden. Deze is alleen bedoeld voor aanbieders die de enige VVE aanbieder in de kern zijn en waar geen dagopvang gevestigd is, om marktverstoring te voorkomen. 6.5 Peuteropvang/kinderopvang niet VVE locatie Initiatieven voor peuters om de taalontwikkeling te stimuleren op niet-VVE locaties, zoals op scholen (bijvoorbeeld een 3 plus groep), kunnen gesubsidieerd worden vanuit de reguliere middelen. Deze hoeven niet te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 7. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing: Er dient bij de subsidieaanvraag een plan van aanpak ingediend te worden waarbij duidelijk wordt voor welke doelgroep de activiteit wordt georganiseerd en hoe deze bijdraagt aan het stimuleren van de taalontwikkeling. Indien de activiteiten plaatsvinden in de vorm van een kinderopvangvoorziening, dan is de kinderopvangtoeslag voorliggend aan subsidie. Als er geen recht is op kinderopvangtoeslag, kan er subsidie worden aangevraagd. Er dient altijd na afloop een verantwoording worden ingediend met de opgeleverde resultaten en de bestede subsidie. Verlening van de subsidie is onder voorbehoud van de ruimte in het subsidieplafond. Aanvragen voor peuteropvanglocaties met VVE aanbod hebben voorrang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel