De volgende voorschriften gelden bij het aanwijzen van locaties:
in beginsel dient een locatie in voorgaande jaren te zijn aangewezen;
de openbare weg in een woonwijk wordt zo veel mogelijk vrijgehouden ten behoeve van de bereikbaarheid van hulpdiensten door gebruik te maken van een nabijgelegen groenstrook, speelveld of parkeerplaats;
bij gebruik van een groenstrook in de directe omgeving van een speeltuin of speelplaats mag er geen carbid geschoten worden richting de speeltoestellen of het eventueel aanwezige kunstgras en mag er geen (direct) gevaar voor personen ontstaan;
als een locatie in de nabijheid is van winkels en zorgcentra mag de fysieke veiligheid niet in het gedrang komen, waarbij wordt getoetst of er sprake is van persoonlijke omstandigheden van zwaarwegende aard;
om overlast voor (huis)dieren te beperken, worden er in beginsel geen locaties aangewezen in de directe omgeving van hondenuitlaatplaatsen, hondenlosloopvelden of een kinderboerderij, tenzij er sprake is van draagvlak en/of afspraken met de contactpersoon en schutter(s) worden gemaakt;
voor locaties die komen te vervallen door (bouw)werkzaamheden kan een alternatieve locatie worden gezocht. Hierbij nemen de contactpersoon en schutter(s) een actieve houding aan in het realiseren van draagvlak van omwonenden en andere belanghebbenden bij een alternatieve locatie;
wanneer in de buurt van een locatie onvoldoende draagvlak aanwezig is, krijgt de contactpersoon de mogelijkheid om een alternatieve locatie aan te dragen die zal worden getoetst aan de criteria uit deze nadere regels.