Het risico van kleine vallende voorwerpen doet zich voor in de bouwveiligheidszone. Zoals eerder is omschreven, is deze zone afhankelijk van de objecthoogte (zie tabel 1 en tabel 2). De zone dient op de situatietekening te worden geprojecteerd. Hieruit kan worden afgeleid binnen welke openbare ruimten zich risico’s voordoen en waarvoor in elk geval maatregelen nodig zijn tegen kleine vallende voorwerpen.
Een kleine nuancering is mogelijk: het is mogelijk om te bepalen tot welke hoogte de bouwveiligheidszone binnen de contouren van het bouwterrein valt. Deze hoogte wordt bijvoorbeeld op een aanzicht (bijv. een geveltekening) verwerkt. Aan de hand van deze lijn kan worden bepaald welke werkzaamheden worden uitgevoerd, terwijl de risico’s zich voordoen binnen de grenzen van het bouwterrein. Voor deze werkzaamheden zijn voorzieningen nodig, in elk geval tegen kleine vallende voorwerpen.
Tijdens de ontwerpfase dient het gevaar van kleine vallende voorwerpen te zijn bepaald en de bouwveiligheidszone op (situatie-) tekening te zijn aangegeven. Vóór aanvang van de uitvoeringsfase dient de bouwveiligheidszone nauwkeurig op tekening te staan.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
Kleine vallende voorwerpen
Onderdeel van Landelijke Richtlijn Bouw- Sloopveiligheid 2018