Trillingen kunnen schade aan belendingen veroorzaken. Daarom moeten deze trillingen tijdens de uitvoering gemeten worden.
Vooronderzoek
Er wordt vastgesteld welke belendingen binnen de bouwveiligheidszone met betrekking tot trillingen liggen.
Trillingen tijdens bouwwerkzaamheden, zoals inbrengen van funderingspalen of damwanden, worden beperkt overeenkomstig het gestelde in de SBR-richtlijn A: Schade aan bouwwerken.
Er wordt vastgesteld welke soort trillingen op zal treden, afhankelijk van de trillingsbron (kortdurend, herhaald kortdurend of continu).
Er wordt een protocol opgesteld voor het uitvoeren van trillingsmetingen.
Hierin wordt onder andere vastgelegd welke meetmethode zal worden toegepast (indicatief, beperkt of uitgebreid) en wat de meetfrequentie wordt.
Er worden op de belendingen meetpunten aangebracht conform de vastgestelde meetmethode.
Er wordt een procedure vastgesteld bij overschrijding van de trillingsgrenzen.
Er wordt een deskundige partij gekozen voor het uitvoeren van de metingen.
Metingen tijdens de uitvoering:
Tijdens het uitvoeren van trillingveroorzakende werkzaamheden worden de trillingen continu of volgens de in het protocol vastgelegde frequenties gemeten.
Er wordt een alarmsignalering ingesteld (ca. 90% van de grenswaarde).
Een bemande meting met een alarmlamp heeft hierbij de voorkeur.
De meetresultaten worden volgens het protocol naar alle betrokkenen verzonden.
Calamiteiten:
De grenswaarde wordt overschreden.
Er ontstaat (ernstige) schade aan belendingen.
Er treedt verdichting van de bodem op waardoor zakkingen van paden en wegen optreden.
Maatregelen:
De trillingveroorzakende werkzaamheden worden gestaakt.
De meetmethode wordt aangepast (de grenswaarde van uitgebreide metingen is hoger dan indicatief of beperkt).
De uitvoeringsmethode wordt aangepast, zodat geen verdere vervorming aan belendingen meer kan optreden, zoals bijvoorbeeld:
Het heiblok, de valhoogte, of de trilfrequentie wordt aangepast.
Er wordt een sleuf gegraven tussen de trilbron en de belendingen om oppervlakte-trillingen te verminderen.
Er wordt overgegaan op voorboren en/of fluïderen (niet in de vaste zandlaag) tot een bepaalde diepte (in overleg met geotechnisch adviseur en de hoofdconstructeur).
De uitvoeringsvolgorde wordt aangepast.
Er wordt overgaan op een andere uitvoeringstechniek (trillingvrij- systeem).
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.3
Trillingen
Onderdeel van Landelijke Richtlijn Bouw- Sloopveiligheid 2018