**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
**2..** De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet:
welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil afnemen, en
indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil afnemen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen formele en informele ondersteuning:
waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken;
waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, wil betrekken;
waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en
wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
**3..** Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden afnemen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:
het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, minimaal 100% van het wettelijk minimumloon of meer, minimaal de hoogste periodiek uit de CAO VVT met daarbij opgeteld de tegenwaarde van verlofuren en vakantietoeslag voor de voorziening hulp bij het huishouden (specifieke salarisschaal) en de voorziening begeleiding (salarisschaal FWG30), tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om:
te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden af te nemen, en
op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon;
tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald
Artikel 10.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kapelle