Op voorstel van het college en na op overeenstemming gericht overleg met de gezamenlijke bevoegde gezagen stelt de raad een integraal huisvestingsplan vast. Dit plan beschrijft op basis van de onderwijskundige en maatschappelijke beleidsdoelstellingen voor een periode van tenminste 16 jaar, de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen. Bij de opstelling van het plan fungeert het landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting als hulpmiddel.
Naast het IHP stelt de raad gelijktijdig en daarna jaarlijks in de (meerjaren)begroting een investeringsplan vast voor een periode van vier jaren, waarin de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen per jaar en per school zijn beschreven, alsmede de daaruit voortvloeiende investeringskosten.
De voorgenomen voorzieningen uit het investeringsplan en de voorgenomen voorzieningen waarvoor een aanvraag is ingediend, worden jaarlijks door het college in het programma van voorzieningen opgenomen. Dit programma komt conform de bepalingen in artikel 10 tot stand. En wordt door het college vastgesteld na vaststelling van de begroting door de raad. De raad ontvangt ter informatie het vastgestelde programma. Het programma is feitelijk een bundel beschikkingen waarop de bepalingen van hoofdstuk 6 Algemene Wet bestuursrecht van toepassing zijn.
Jaarlijks voorafgaande aan het opstellen van het programma van voorzieningen evalueert het college samen met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagen van de in de gemeente gevestigde scholen (het OOGO) de in het jaar ervoor uitgevoerde projecten die in het IHP zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 6
Integraal huisvestingsplan, (meerjaren) begroting en investeringsplan
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Heerenveen