**1..** De maatschappelijke instelling dient:
een zodanig controleerbare administratie te voeren, dat de voor de vaststelling van de Noodsteun van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en desgevraagd aan de gemeente inzage wordt verleend in deze administratie;
direct doch uiterlijk binnen veertien dagen schriftelijk melding te maken aan het college van gewijzigde omstandigheden, die van belang zijn voor het recht op of de hoogte van de toe te kennen dan wel de uitbetaalde Noodsteun;
ten behoeve van de uitvoering en het toezicht op verzoek van het college inlichtingen te verstrekken, desgevraagd schriftelijk en binnen de door het college aangegeven termijn;
uiterlijk op 1 juni na afloop van het kalenderjaar waar de tegemoetkoming voor is verstrekt, dient de aanvrager verantwoording af te leggen over de besteding van de Noodsteun door middel van het daarvoor vastgestelde formulier.
HOOFDSTUK 4
Artikel 12.
Verplichtingen van de maatschappelijke instelling
Onderdeel van Verordening ‘energiecrisis-noodfonds voor maatschappelijke instellingen’