Vanuit het Bor is het verplicht om het beleid en het jaarlijkse uitvoeringprogramma te evalueren en monitoren. Gedurende het jaar wordt door middel van interne controles gemonitord of het mogelijk is om de gestelde doelen te halen of dat er bijgestuurd moet worden. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat de taakuitvoering transparant is.
De indicatoren die worden gemonitord, zullen samen met de uitvoeringsorganisaties worden vastgelegd in een intern controleplan. In de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) worden nadere regels gegeven over de vereisten ten aanzien van monitoring van de VTH-taken. Het kwaliteitssysteem heeft tot doel het adequate proces te borgen, de efficiency en het kwaliteitsniveau te verhogen en de monitoring en rapportage te vereenvoudigen.
De interne controle is ook een aanzet voor de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en het opstellen van het jaarverslag. Verscheidene punten uit de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag zullen meegenomen worden om in de toekomst dit uitvoeringsbeleid te actualiseren.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.4
Monitoring, Evaluatie en Jaarverslag
Onderdeel van Uitvoeringsbeleid kwaliteit vergunningen, toezicht en handhaving, 1e herziening