Naar hoofdinhoud

Artikel 11

- Uittreding en opheffing

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling gebiedsontwikkeling Oosterwold, d.d. 26 mei 2014

1.. De Regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit tot opheffing van de Colleges van de Gemeenten. 2.. Een besluit tot uittreding door het College van één van de Gemeenten, leidt eveneens tot opheffing van de Regeling. 3.. Opheffing en uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste drie jaar na inwerkingtreding van de Regeling. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de Colleges van de Gemeenten overeenstemming bestaat. 4.. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, als bedoeld in het eerste lid, wordt genomen geven de Colleges van de Gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke deskundige opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 5.. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, regelt in ieder geval de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing. De Gemeenten dragen ieder voor vijftig procent bij in de financiële en personele gevolgen van de opheffing. Indien geen sprake is van opheffing maar uittreding, dan zijn de financiële en personele gevolgen voor rekening van de uittredende gemeente. 6.. Het College van de Centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, zoals bedoeld in het vierde lid. 7.. Bij het besluit tot opheffing of uittreding dient een opzegtermijn van 6 maanden in acht genomen te worden en dient het alsdan lopende boekjaar regulier financieel afgewikkeld te worden.

Rechtspraak bij dit artikel