Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 6.

Algemeen gebruikelijk

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeentelijke Delft 2023

Het college hoeft, gelet op de Wmo 2015, geen maatwerkvoorziening te verstrekken wanneer diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard algemeen gebruikelijk zijn, uitkomst kunnen bieden. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, dient de voorziening te voldoen aan de navolgende criteria: De voorziening is niet specifiek bedoeld voor personen met een beperking; De voorziening is daadwerkelijk beschikbaar; De voorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; De voorziening kan financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. De criteria zijn cumulatief. Dat betekent dat een voorziening pas als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt indien aan alle voornoemde criteria wordt voldaan. Financiële draagbaarheid Het uitgangspunt van het college is dat uit een inkomen op bijstandsniveau een reservering van 5% per maand kan worden opgebouwd. Een voorziening kan dan financieel worden gedragen indien de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden gereserveerd op basis van 5% van de voor de cliënt geldende bijstandsnorm. Hierop geldt wel een uitzondering indien het gaat om vervanging van een algemeen gebruikelijke voorziening. Vervanging Als een door de cliënt aangeschafte algemeen gebruikelijke voorziening vervangen moet worden door eenzelfde voorziening, dan geldt ook deze voorziening als algemeen gebruikelijk. De reden hiervoor is dat van de cliënt verwacht mag worden dat deze een kwalitatief goede voorziening aanschaft (ook tweedehands) en reserveert voor vervanging. Dit wordt slechts anders indien de cliënt niet heeft kunnen reserveren en hierdoor de kosten van vervanging niet kan dragen. Dit kan naar voren worden gebracht in het kader van de individuele toets. Individuele beoordeling Er zijn situaties denkbaar waarin het college de gevraagde voorziening, gelet op de hiervoor genoemde criteria, als algemeen gebruikelijk aan heeft kunnen en mogen merken, maar deze voorziening in een individueel geval niet als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. In dat geval is er ruimte voor een extra individuele beoordeling. Individuele beoordeling is enkel mogelijk ten aanzien van criterium 4: ‘De voorziening kan financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau’. Hiervoor geldt dat op het moment dat het college een voorziening heeft mogen aanmerken als voorziening die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau, en vervolgens blijkt dat de desbetreffende voorziening in het individuele geval van de cliënt niet financieel kan worden gedragen, de cliënt dat dan zelf dient aan te tonen. De bewijslast wordt dus omgekeerd. Deze omgekeerde bewijslast volgt uit een uitspraak van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2019:3690). Het is dan aan de cliënt om inzicht te geven in zijn of haar financiële positie en met stukken te onderbouwen waarom hij of zij in dat specifieke geval de voorziening financieel niet kan dragen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie waarbij de cliënt problematische schulden heeft of in een schuldhulpverleningstraject zit en om die reden niet/minder kan reserveren voor een voorziening. Of de situatie dat een cliënt is aangewezen op meerdere voorzieningen die in beginsel als algemeen gebruikelijk zijn aangemerkt voor de woon- en leefsituatie van cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel