Bij niet-monumenten mogen zonnepanelen en plaatcollectoren zowel op hoofd- als bijgebouwen geplaatst worden. De panelen mogen op zijdakvlakken en achterzijden geplaatst worden. Dit alleen indien de gewenste capaciteit redelijkerwijs gerealiseerd kan worden. Plaatsing aan de voorzijde van het hoofdgebouw is uitgesloten.
Bij de welstandsadvisering wordt de trapsgewijze benadering aangehouden (zie 3.1) en is er altijd sprake van maatwerk. Per pand wordt gekeken op welke wijze de duurzaamheidsmaatregel zo optimaal mogelijk kan worden ingepast. De welstandstoets bij monumenten is kritischer. In enkele gevallen kan het zijn dat er geen panelen kunnen worden toegepast op hoofd- of bijgebouwen. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4.
Wanneer de plantoetsers van mening zijn dat zwarte zonnepanelen of plaatcollectoren niet passend zijn, dan zullen zij in overleg met de initiatiefnemer zoeken naar een zo optimaal mogelijke inpassing van een alternatieve duurzaamheidsmaatregel. Deze is vrijwel altijd te vinden, maar het kan zijn dat deze alternatieve maatregel duurder is, minder rendement oplevert, of een langere levertijd heeft dan zwarte zonnepanelen of plaatcollectoren. Mogelijk is dit het geval bij oranje/ bruine zonnepanelen, zonnecel-dakpannen/ -leien of zonthermische daken (zonnecollector met bijbehorende installaties onder de dakbedekking). Het advies van de plantoetsers is dan leidend bij de vergunningverlening. De ontwikkelingen gaan echter snel. Het is aan de initiatiefnemer om goed marktonderzoek te doen en te bepalen of de maatregel loont of niet. Daarnaast is er nog de mogelijkheid om te investeren in het opwekken van duurzame energie om jaarlijks rendement te ontvangen. Zie paragraaf 1.4.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Maatwerk
Onderdeel van Oplegnotitie welstandscriteria duurzaamheidsmaatregelen beschermd stadsgezicht Hasselt