1. In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
knotten/ kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
kaart vergunningsplicht bomen: topografische kaart met daarop aangegeven de waardevolle bomen (met bijbehorende lijst), landschapselementen en gebieden gecategoriseerd naar beschermingsorde;
bomenposter: illustratie en instructie opgesteld door Norminstituut Bomen.
vellen: in deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Boomdeskundig rapport: een Bomen effect analyse opgesteld door een gecertificeerd European Tree Technician.