Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter bescherming van de in artikel 8 genoemde waarden.
Het college kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door college te geven aanwijzingen moet worden herplant.
Tot de voorschriften kan verder behoren:
dat binnen een bepaalde periode een houtopstand niet geveld mag worden vanwege een vaste rust- en verblijfplaats van een dier, behorende tot een beschermde diersoort, volgens de wet Natuurbescherming;
de verplichting tot het opstellen van een natuurtoets naar mogelijke effecten voor beschermde flora en fauna;
dat maatregelen genomen moeten worden ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna;
dat het college bevoegd is tot het geven van aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand.