**1..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;
De wet: de Participatiewet;
Bijstand: algemene en bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 5 van de wet;
Algemene bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5 onder b van de wet;
Bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c van de wet rekening houdend met de van toepassing zijnde kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet;
Bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5 onder d van de wet;
Jongerennorm: de norm zoals bedoel in artikel 20 van de wet;
Reguliere bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 21 van de wet;
Voorliggende voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet;
Kostendelersnorm: de norm als bedoeld in artikel 22a van de wet, gebaseerd op de feitelijke woonsituatie van belanghebbende;
Duurzame gebruiksgoederen: goederen die nodig zijn in ieder huishouden met een levensduur langer dan drie jaar;
Middelen: alle vermogens- en inkomensbestandsdelen als bedoeld in artikel 31 van de wet;
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de wet;
Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet;
Algemeen noodzakelijke kosten: kosten worden gerekend tot het, op minimumniveau, algemeen gangbare uitgavenpatroon;
Dringende redenen: als er sprake is van een acute noodsituatie en de behoeftige omstandigheden waarin een belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Een noodsituatie is acuut als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn. Deze bepaling alleen van toepassing is als de uitsluiting is gebaseerd op artikel 11 t/m 15 van de wet en niet als er een andere afwijzingsgrond bestaat.
Bijzondere noodzakelijke kosten: kosten die voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden waardoor iemand hogere kosten heeft dan waarin een inkomen op minimumniveau voorziet;
Draagkracht: de mate waarin belanghebbende zelf geacht wordt uit het inkomen en vermogen bij te kunnen dragen in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Deze bedraagt een percentage van het meer-inkomen als bedoeld onder m en een bedrag boven de vermogensgrens als genoemd in artikel 34 van de wet;
Meer-inkomen: het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag);
Draagkrachtloos inkomen: het inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
Draagkrachtpercentage: het percentage van de draagkrachtruimte dat iemand zelf moet bijdragen in de kosten;
Inrichting: de instelling zoals omschreven in artikel 1 van de wet;
Wlz: Wet langdurige zorg;
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Wko: Wet kinderopvang;
Zvw: Zorgverzekeringswet;
Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.
**2..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels individuele bijzondere bijstand gemeente Enschede 2023