Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Indeling graven en asbestemmingen per begraafplaats

Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2023

1.. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: de nieuwe algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg: particuliere graven, keldergraven, urnengraven, urnenplaatsen, particuliere gedenkplaatsen en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg: begraafplaats waarop geen uitgifte van nieuwe graven of begravingen meer plaatsvinden, met uitzondering van bijzetting van asbussen, welke uitsluitend zijn toegestaan in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Amerongen: particuliere graven, keldergraven, urnennissen, urnenplaatsen, particuliere gedenkplaatsen en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Amerongen: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Leersum: particuliere graven, keldergraven, urnengraven, urnenplaatsen, urnennissen, particuliere gedenkplaatsen, natuurgraven en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Leersum: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Maarn: particuliere graven, keldergraven, , urnennissen, urnenplaatsen, particuliere gedenkplaatsen en algemene graven; Gedenkpark Utrechtse Heuvelrug te Doorn: particuliere graven, keldergraven, urnengraven, urnenplaatsen, urnennissen, particuliere gedenkplaatsen, natuurgraven, urnen-natuurgraven, gazongraven en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Doorn: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven. 2.. Op iedere begraafplaats kan de beheerder een of meerdere verstrooivelden aanwijzen. Op de verstrooiingsplaats mag tijdelijk een boeket of bloemenkrans geplaatst worden. Na twee weken worden deze door de beheerder verwijderd. Het plaatsen van andere voorwerpen is niet toegestaan. 3.. Ter nagedachtenis aan de overledene mag een gedenkplaatje van maximaal 15 x 15 cm worden aangebracht op een herdenkingsmonument of gedachtenismuur. Het gedenkplaatje mag uitsluitend worden voorzien van de naam en overlijdensdatum van de overledene. Het aanbrengen geschiedt door de beheerder, eventueel in bijzijn van de nabestaanden. De plaatsingstermijn bedraagt tien jaar. Na tien jaar kan opnieuw een plaatsingsrecht worden aangegaan.

Rechtspraak bij dit artikel